ECLI:NL:CRVB:2002:AF3495
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening invaliditeitspercentage op grond van Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 wegens betrokkenheid bij liquidatie
Eiser, geboren in 1922, kreeg op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 een pensioen toegekend met een invaliditeitspercentage van 20% vanwege verzetsactiviteiten. In 1997 verzocht zijn broer namens hem om herziening van dit percentage op basis van een bijzondere gebeurtenis, namelijk een liquidatie waarbij eiser betrokken zou zijn geweest.
De Stichting 1940-1945 voerde onderzoek uit en concludeerde dat betrokkenheid bij een liquidatie aannemelijk was, maar verweerster erkende alleen de betrokkenheid bij een huiszoeking als verzetsdaad. Medische adviezen stelden de verzetsgerelateerde invaliditeit op 20%, hoewel psychische klachten hoger leken. Verweerster wees het verzoek tot herziening af, mede vanwege onvoldoende objectieve bevestiging van de liquidatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat op basis van de gedetailleerde verklaringen, de verklaring van de broer als leider van de verzetsgroep en de bijzondere aard van de liquidatie de betrokkenheid van eiser aannemelijk is. De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt het invaliditeitspercentage op 60% met ingang van 1 december 1997. Tevens veroordeelt de Raad verweerster tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het invaliditeitspercentage wordt verhoogd naar 60% wegens aannemelijke betrokkenheid bij een liquidatie tijdens de oorlog.