ECLI:NL:CRVB:2002:AF3434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over behoud Wajong-uitkering bij emigratie naar Australië
Appellant vroeg informatie over de mogelijkheid om met behoud van zijn Wajong-uitkering naar Australië te emigreren. Gedaagde, het UWV, gaf aan dat dit niet mogelijk was en dat de uitkering bij emigratie zou worden ingetrokken. Deze mededeling werd niet aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte bezwaar tegen de omzetting van zijn AAW-uitkering in een Wajong-uitkering per 1 januari 1998, omdat hij meende recht te hebben op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad onderschreef dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de brief van 15 januari 1999 over het niet kunnen emigreren met behoud van uitkering geen besluit was en dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk was. Wel werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het betrekking had op deze mededeling. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de mededeling over behoud van uitkering bij emigratie is niet-ontvankelijk en het bestreden besluit wordt voor dat onderdeel vernietigd.