ECLI:NL:CRVB:2002:AF3421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die haar werkzaamheden als klasse-assistente had gestaakt vanwege rugklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Gedaagde, het UWV, trok deze uitkering in per 2 juni 1999 op grond van een nieuwe beoordeling die uitwees dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep beoordeeld of deze intrekking terecht was. Medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts toonde geen overschatting van de belastbaarheid aan. De eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellante werd onvoldoende geacht om het oordeel te wijzigen.
Arbeidskundig werden functies geselecteerd binnen de vastgestelde bandbreedte van uren per week, conform het Besluit uurloonschatting 1999. De Raad achtte de gekozen functies realistisch en passend voor de schatting van de arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering per 2 juni 1999.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 2 juni 1999 wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.