ECLI:NL:CRVB:2002:AF2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ondanks uitstel
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de gevolgen van niet-betaling, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Appellante stelde dat zij vanwege financiële onmacht het griffierecht niet kon betalen en beriep zich op artikel 6 EVRM Pro, dat het recht op toegang tot de rechter beschermt. De Raad verleende uitstel van betaling van acht weken en verzocht om bewijsstukken omtrent inkomen en bijzondere bijstand, maar appellante leverde deze niet of onvoldoende aan.
De Raad oordeelde dat het recht op toegang tot de rechter geen absoluut recht is en dat de gestelde beperkingen rechtmatig en evenredig waren. Omdat appellante niet tijdig het griffierecht betaalde en geen geldige redenen aannemelijk maakte, werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht ondanks verleend uitstel.