ECLI:NL:CRVB:2002:AE9744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake WAO-uitkering wegens schending openbaarheid en medische gegevens
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer van appellante. De rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet was overschat en dat de werknemer bij indiensttreding niet arbeidsongeschikt was.
Echter, de rechtbank had de medische motivering van haar oordeel opgenomen in een bijlage bij de uitspraak die niet aan appellante, maar slechts aan diens arts-gemachtigde ter kennis was gebracht. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit in strijd is met artikel 121 van Pro de Grondwet en de artikelen 8:77, 8:78 en 8:79 van de Algemene wet bestuursrecht, die voorschrijven dat de uitspraak de gronden van de beslissing moet bevatten, openbaar moet zijn en partijen daarvan een afschrift moeten ontvangen.
Ook de medische besluitenregeling in de WAO biedt geen grondslag voor het afschermen van de medische motivering in een bijlage. Daarnaast is in de procedure onverkort toepassing gegeven aan deze regeling, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt. Daarom is de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand gekomen en wordt deze vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Breda voor nadere behandeling. Verder wordt het UWV voorwaardelijk veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Breda wordt vernietigd wegens schending van openbaarheid en artikel 6 EVRM en de zaak wordt terugverwezen.