ECLI:NL:CRVB:2002:AE8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op periodieke uitkering wegens FPU-uitkering volgens Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiseres, als nabestaande van een vervolgingsslachtoffer, ontvangt een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster heeft haar uitkering herberekend en met ingang van 1 oktober 1999 een korting toegepast vanwege de FPU-uitkering die eiseres vanaf die datum ontvangt.
De Raad heeft vastgesteld dat de gehele FPU-uitkering in mindering moet worden gebracht op de periodieke uitkering, conform artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet. Dit wijkt af van de eerdere korting op wachtgeld, die met een vrijstelling werd berekend omdat wachtgeld gelijkgesteld wordt met inkomsten uit arbeid of bedrijf.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze korting, maar de Raad oordeelt dat het standpunt van verweerster terecht en op goede gronden is gebaseerd. De Raad beperkt zich tot de toetsing van de toegepaste korting en gaat niet in op verzoeken die betrekking hebben op de arbeidsverhouding van eiseres.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de korting op haar periodieke uitkering wegens FPU-uitkering wordt ongegrond verklaard.