ECLI:NL:CRVB:2002:AE8231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling bestuurder voor premieschuld wegens onvoldoende zorgvuldigheid UWV
Appellant werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde premies sociale werknemersverzekeringen van een onderneming waarvan hij bestuurder was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze aansprakelijkstelling ongegrond. In hoger beroep betwist appellant zijn aansprakelijkheid en stelt dat hij geen reden had de daadwerkelijke beleidsbepaler te wantrouwen.
De Raad overweegt dat artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) geen onderscheid maakt tussen formele en feitelijke bestuurders en dat ook formele bestuurders aansprakelijk kunnen worden gesteld. Echter, de Raad stelt dat het UWV bij het toepassen van hoofdelijke aansprakelijkheid de grenzen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht moet nemen, waaronder zorgvuldigheid.
De Raad constateert dat het UWV niet heeft onderzocht of de feitelijke beleidsbepaler ook aansprakelijk kon worden gesteld en dat deze onzorgvuldigheid het besluit aantast. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en wijst het beroep van appellant toe.
Uitkomst: Het besluit tot hoofdelijk aansprakelijkstelling van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid van het UWV.