ECLI:NL:CRVB:2002:AE7594
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens ontbreken omschrijving en gronden
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam waarin zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar was onvoldoende gemotiveerd en bevatte geen omschrijving van het besluit waartegen het was gericht, noch de gronden van het bezwaar, zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moest worden. Verzoeker was niet geslaagd in het herstellen van de gebreken ondanks een gelegenheid daartoe. Ook de verwijzing naar artikelen van het Europees Sociaal Handvest werd niet nader onderbouwd en bleef daarom buiten beschouwing.
Het verzoek om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro, dat voorziet in voorlopige voorzieningen bij spoedeisend belang, werd afgewezen omdat geen gronden voor een voorlopige voorziening aanwezig waren. De uitspraak werd in de hoofdzaak gedaan zonder nadere onderzoekstermijnen. Daarmee werd het beroep van verzoeker ongegrond verklaard en het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.