ECLI:NL:CRVB:2002:AE7566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens niet voldoen aan beleid gezinshereniging en arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1979 en autistisch vanaf zijn geboorte, vroeg een AAW-uitkering aan vanwege zijn langdurige arbeidsongeschiktheid. Gedaagde, het UWV, weigerde de uitkering omdat appellant op de peildatum niet voldeed aan de beleidscriteria voor erkenning van arbeidsongeschiktheid die reeds bij aanvang van de verzekering bestond.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 21, eerste lid, onder a, van de AAW en het daarbij behorende beleid, met name de categorieën van vroeggehandicapten die in verband met gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen. Appellant en zijn gemachtigde voerden aan dat er sprake was van een hechte band met Nederland, mede door het vrijwilligerswerk van zijn moeder en haar werkzaamheden voor het Nederlandse consulaat in Brazilië.
De Raad oordeelde echter dat appellant niet voldeed aan de beleidscriteria, omdat hij niet aan de voorwaarden voor gezinshereniging voldeed en de band met Nederland niet zodanig hecht was dat een uitzondering op het beleid gerechtvaardigd was. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de AAW-uitkering wordt bevestigd.