ECLI:NL:CRVB:2002:AE7563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende functieschattingsgrondslag
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80-100%, waarna het UWV bij besluit van 1 december 1998 de WAO-uitkering herzag naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 1 april 1999 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met een psychiatrisch rapport dat een recidiverende depressieve stoornis vaststelde. De Raad oordeelde dat dit rapport pas in hoger beroep was ingebracht en dat het geen aanleiding gaf om de eerdere medische conclusies te wijzigen. De Raad bevestigde de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV, maar stelde vast dat het bestreden besluit slechts was gebaseerd op twee geschikte functies, terwijl het Schattingsbesluit vereist dat ten minste drie functies worden gehanteerd.
Hierdoor was het besluit strijdig met artikel 3, eerste lid, van het Schattingsbesluit en kwam het voor vernietiging in aanmerking. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het Schattingsbesluit.