ECLI:NL:CRVB:2002:AE7560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J. Olde Kalter
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatmanloon bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid volgens WAO
In deze zaak staat de vraag centraal of het UWV bij het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van gedaagde terecht is uitgegaan van het maatmanloon zoals vastgesteld in 1979 en geïndexeerd, dan wel dat sprake is van een ontwikkeling van de maatmanloon die hoger zou zijn.
Gedaagde was timmerman en gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Het geschil spitst zich toe op de interpretatie van het begrip 'ontwikkeling van de maatman', waarbij het gaat om de vraag of het loon dat gedaagde nog kan verdienen hoger is dan het oorspronkelijke loon voor arbeidsongeschiktheid. Het UWV baseerde zich op het oorspronkelijke loon, terwijl gedaagde stelde dat een brief van de werkgever een hoger loon als maatmanloon rechtvaardigt.
De Raad oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat gedaagde zijn werkzaamheden kwalitatief heeft uitgebreid en dat het hogere loon niet als maatmanloon kan gelden. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd, maar de Centrale Raad vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep van het UWV ongegrond. Daarmee blijft het oorspronkelijke maatmanloon van toepassing.
Uitkomst: Het beroep van het UWV tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke maatmanloon blijft van toepassing.