ECLI:NL:CRVB:2002:AE6163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar na negatieve functioneringsbeoordelingen en beëindiging proefplaatsing
Appellant was werkzaam als medewerker in vaste gemeentelijke dienst en kreeg per 1 januari 1994 de RAP-status toegekend na opheffing van zijn oorspronkelijke functie. Hij werd proefplaatsing aangeboden in een andere functie, die hij accepteerde. Gedurende de proefplaatsing in 1996 kreeg appellant meerdere negatieve beoordelingen over zijn functioneren, met name op het gebied van zelfstandigheid, werktempo, fouten en communicatie met collega's en leidinggevenden.
Appellant voerde aan dat het beoordelingsgesprek niet correct was verlopen vanwege de afwezigheid van zijn directe chef, en dat zijn negatieve beoordelingen mede het gevolg waren van zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad. De Raad oordeelde dat het beoordelingsformulier terecht was gebruikt en dat de afwezigheid van de directe chef niet leidde tot een onzorgvuldige procedure. De negatieve beoordelingen waren voldoende onderbouwd en niet beïnvloed door het ondernemingsraadslidmaatschap.
Op grond van deze beoordelingen besloot gedaagde de proefplaatsing te beëindigen en appellant niet definitief te plaatsen. Vervolgens werd appellant ontslagen wegens opheffing van zijn functie, waarbij de Raad oordeelde dat de toestemming van burgemeester en wethouders niet vereist was vanwege de toepasselijke uitzonderingsbepaling in het Ambtenarenreglement Amsterdam. De Raad bevestigde het ontslagbesluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.