ECLI:NL:CRVB:2002:AE6043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onbevoegd huurcontracten afsluiten namens universiteit
Appellant, werkzaam bij de Universiteit [naam], bemiddelde sinds 1987 bij huisvesting voor buitenlandse medewerkers en sloot huurcontracten namens de universiteit. Hoewel aanvankelijk met medeweten, werd hem in begin jaren '90 expliciet verboden nog huurcontracten op naam van de universiteit af te sluiten. Desondanks bleef appellant dit doen, wat leidde tot een disciplinaire maatregel en uiteindelijk ontslag per 1 maart 1999.
De Raad oordeelt dat appellant wist of had moeten weten dat hij daartoe niet bevoegd was, en dat het vertrouwen ernstig is geschaad. Appellant stelde dat hij met stilzwijgende toestemming handelde en dat het verbod niet schriftelijk was vastgelegd, maar de Raad acht deze stellingen niet geloofwaardig. Ook een procedurele klacht over hoorzitting wordt verworpen.
De Raad bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank Almelo en verklaart het hoger beroep ongegrond. De opgelegde straf van ontslag wordt als niet onevenredig beoordeeld, mede gelet op het ontbreken van mandaat en het risico voor de universiteit.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens onbevoegd afsluiten van huurcontracten namens de universiteit wordt bevestigd.