ECLI:NL:CRVB:2002:AE4673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op kinderbijslag voor in Marokko verblijvende kinderen over tweede en derde kwartaal 1998
Appellant had recht op kinderbijslag voor zijn zes uitwonende kinderen die in Marokko verbleven. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit over de periode van het vierde kwartaal 1994 tot en met het derde kwartaal 1998 vanwege onvoldoende onderhoudsbewijzen en een breuk in het huishouden na zijn vertrek naar Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er sprake was van een definitieve breuk tot in ieder geval 1996, en dat appellant onvoldoende had aangetoond de minimale onderhoudsbijdrage te hebben geleverd. Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat de breuk niet hersteld kon worden verweten, dat hij wel degelijk voldoende had bijgedragen en dat de onderhoudsbijdrage naar evenredigheid van zijn inkomen moest worden beoordeeld.
De Raad oordeelde dat de term huishouden in de AKW uitgaat van gezamenlijk wonen en dat een blijvende breuk dit uitsluit. De Raad bevestigde dat tot eind 1997 sprake was van een dergelijke breuk, maar dat vanaf dat moment appellant weer op gebruikelijke wijze contact had met zijn gezin en de onderhoudsbijdrage overmaakte, zodat vanaf eind 1997 weer sprake was van een huishouden.
De Raad vernietigde het besluit en uitspraak voor zover het recht op kinderbijslag over het tweede en derde kwartaal 1998 betreft en oordeelde dat appellant recht heeft op kinderbijslag over die kwartalen. Voor de eerdere periode blijft de weigering gehandhaafd vanwege onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage. De proceskosten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: Appellant heeft recht op kinderbijslag over het tweede en derde kwartaal van 1998 omdat hij vanaf eind 1997 weer een huishouden vormt met zijn in Marokko verblijvende kinderen.