ECLI:NL:CRVB:2002:AE4597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen heropening WAO-uitkering
Appellante verzocht om heropening van haar WAO-uitkering, welke was ingetrokken per 1 januari 1998. Gedaagde weigerde dit op 8 februari 1999 en verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de bezwaargronden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagde appellante niet duidelijk heeft gewezen op de consequenties van het niet tijdig indienen van de bezwaargronden, hetgeen niet voldoet aan de zorgvuldigheidseisen van de Awb. De Raad stelt dat het bestuursorgaan bij het stellen van een termijn voor het herstel van een verzuim moet aangeven dat overschrijding kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt gedaagde een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.