ECLI:NL:CRVB:2002:AE4595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheid en terugvordering uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) die zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 januari 1997 herzien van 45-55% naar 25-35% en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen tot een bedrag van f 4.634,53. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep wijzigde het UWV haar standpunt en erkende dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd 45-55% moet worden vastgesteld, omdat sociaal loon buiten beschouwing dient te blijven en er geen wijziging in werkzaamheden was. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigbaar.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de besluiten van 4 en 11 februari 1998, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Tevens werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over eventuele belastingschade. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van rente-, belasting- en proceskosten.