ECLI:NL:CRVB:2002:AE4593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- M.S.E Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag bij vermeend tweede huishouden in het buitenland
De Sociale Verzekeringsbank (appellant) had de kinderbijslag voor de kinderen van gedaagde vanaf het derde kwartaal van 1993 en het eerste kwartaal van 1994 verlaagd, omdat zij aannam dat deze kinderen niet langer uitwonend waren maar deel uitmaakten van een tweede huishouden van gedaagde in Marokko. Tevens werd teveel betaalde kinderbijslag teruggevorderd.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd omdat onvoldoende was komen vast te staan dat gedaagde een tweede huishouden vormde met zijn tweede echtgenote in Marokko en dat de kinderen daadwerkelijk bij dat huishouden behoorden. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het begrip 'huishouden' in de Algemene Kinderbijslagwet betrekking heeft op feitelijk gezamenlijk wonen en dat slechts bij ondubbelzinnige aanwijzingen meer dan één huishouden kan worden aangenomen.
De Raad stelt vast dat de gegevens onvoldoende zijn om te concluderen dat gedaagde vanaf 1 juli 1993 tot en met 1 juli 1995 een tweede huishouden voerde in Marokko. Ook is niet aannemelijk dat de kinderen deel uitmaakten van dat huishouden. Hierdoor was de verlaging van de kinderbijslag en de terugvordering onterecht. De Raad beveelt appellant aan een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant ten onrechte de kinderbijslag heeft verlaagd en teruggevorderd en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar.