ECLI:NL:CRVB:2002:AE3448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoudsverklaring
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn zoon over het tweede en derde kwartaal van 1997. De Sociale Verzekeringsbank weigerde deze uitkering omdat appellant niet de benodigde onderhoudsverklaring had verstrekt. Appellant stelde dat hij slechts het bewijs van studieformulier had ontvangen en niet de onderhoudsverklaring of rappelbrief. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat appellant de onderhoudsverklaring heeft ontvangen en niet heeft teruggezonden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat appellant een rappelbrief heeft ontvangen. De Raad stelt dat het besluit niet kan worden gebaseerd op artikel 17 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) omdat de overtreding niet is vastgesteld.
Daarnaast is ook artikel 14a, eerste lid, aanhef en onder c, van de AKW niet van toepassing omdat niet is gebleken dat appellant een verplichting op grond van artikel 16 heeft Pro geschonden en het besluit geen intrekking maar een weigering betrof. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en beveelt een nieuw besluit. Tevens veroordeelt de Raad de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten en tot vergoeding van het gestorte recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.