ECLI:NL:CRVB:2002:AE3426
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen berekening uitkering vervolgingsslachtoffer 1940-1945
Eiseres, woonachtig in Israël, maakte bezwaar tegen de berekening van haar periodieke uitkering over de jaren 1996 en 1997 op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat de berekening onjuist was omdat deze uitging van de koers van de Israëlische shekel op de Nederlandse valutamarkt en geen rekening hield met de negatieve gevolgen van loon- en prijsontwikkelingen in Israël.
De Raad overwoog dat de Wet is toegesneden op de Nederlandse situatie en dat berekeningen van uitkeringen plaatsvinden naar Nederlandse maatstaven en valuta. De Raad vond het uitgangspunt van verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, niet onjuist en zag geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze handelswijze rechtvaardigen.
Eiseres voerde ook een beroep op artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten aan, stellende dat sprake was van verboden discriminatie. De Raad verwierp dit beroep omdat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar was met die van personen die vervolging in het voormalig Nederlands-Indië hadden ondergaan, zoals geregeld in de Wet.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees de proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door voorzitter Van Diepenbeek en leden Stevens en Doornewaard op 7 maart 2002.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de berekening van haar uitkering wordt ongegrond verklaard.