ECLI:NL:CRVB:2002:AE3216
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging
Eiseres heeft bij verweerster een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Haar verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat zij vervolging heeft ondergaan zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet. Verweerster oordeelde dat de onderduik van eiseres in de bossen van België niet kwalificeert als vervolging, aangezien zij niet behoort tot de groepen die door de Duitse bezetter op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing of homoseksualiteit werden vervolgd.
Eiseres voerde aan dat zij als woonwagenbewoner tot een groep behoort die onder de vervolgingsmaatregelen valt, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad overwoog echter dat indien uit feiten blijkt dat iemand niet in een reële onderduiksituatie verkeerde ten tijde van de razzia's, verweerster gerechtigd is uit te gaan van de feitelijke situatie. Uit de stukken bleek dat eiseres pas na de razzia van 16 mei 1944 uit het kamp vertrok, nadat haar vader was gevlucht naar België.
De Raad concludeerde dat het standpunt van verweerster dat eiseres geen vervolging heeft ondergaan, op goede gronden is gebaseerd. Ook is geen sprake van een uitzonderlijke situatie die toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet rechtvaardigt. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.