ECLI:NL:CRVB:2002:AE1693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J. Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten terugvordering en kortingsbesluit AAW wegens onjuiste inkomensvaststelling
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW) werd gekort en een bedrag werd teruggevorderd wegens vermeende onverschuldigde betaling. De kern van het geschil betrof de vraag of het volledige bedrag dat appellant vanuit zijn besloten vennootschap had ontvangen als inkomsten uit arbeid moest worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat een substantieel deel van de inkomsten, namelijk de doorbetaling van een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet als inkomsten uit arbeid kon worden beschouwd. Hierdoor was de korting op de uitkering en de terugvordering onterecht.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank die deze in stand hield. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het door appellant betaalde griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste en gedifferentieerde inkomensvaststelling bij toepassing van artikel 33 AAW Pro en bevestigt dat verzekeringsuitkeringen niet als arbeidsinkomen mogen worden meegeteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de bestreden besluiten en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.