ECLI:NL:CRVB:2002:AE1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot kinderbijslag wegens twijfel over gezinsrelatie
De Sociale Verzekeringsbank schortte in 1996 de uitbetaling van kinderbijslag aan appellant op en verklaarde in 1997 het bezwaar gegrond dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag voor drie kinderen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de ontzegging niet-ontvankelijk en oordeelde dat gedaagde nog op bezwaar moest beslissen over de opschorting. Het beroep tegen de weigering van voorschotten werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen de weigering van voorschotten. De Raad oordeelde dat het verlenen van voorschotten een discretionaire bevoegdheid is en dat het beleid van gedaagde om alleen voorschotten te verlenen als er geen twijfel bestaat aan het recht op uitkering, aanvaardbaar is.
De Raad nam in aanmerking dat er twijfel bestond over de gezinsrelatie van de kinderen, mede door tegenstrijdige verklaringen van mevrouw [de vrouw], rapporten waaruit bleek dat de kinderen niet bij de ouders van appellant woonden en vermoedelijke vervalsingen van geboorteregisters. Hierdoor bleef het bestreden besluit in stand en werd de weigering van voorschotten bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van voorschotten op kinderbijslag wegens twijfel over het recht op uitkering.