ECLI:NL:CRVB:2002:AD9984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep door tijdige betaling griffierecht
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trad op als gedaagde.
Het geschil betrof de vraag of het griffierecht tijdig was voldaan. De gemachtigde van appellante had het griffierecht op 24 juni 2000 overgemaakt, maar de Raad verklaarde het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk omdat het griffierecht pas op 27 juni 2000 op de rekening van de Raad was bijgeschreven.
Na nader onderzoek stelde de Raad vast dat het griffierecht valutair op 25 juni 2000 was bijgeschreven, een dag voor het verstrijken van de termijn. De Raad oordeelde dat de datum van valutair bijschrijven bepalend is voor tijdigheid, niet de datum van bekendmaking aan de Raad.
Hierdoor werd de eerdere uitspraak van 28 februari 2001 vervallen verklaard en het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring gegrond verklaard. Het hoger beroep is daarmee ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht tijdig valutair is bijgeschreven.