ECLI:NL:CRVB:2002:AD9639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling prematuur beroep en beslistermijn arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellante vroeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1995, maar diende de aanvraag pas in juni 1997 in. De verzekeringsarts bepaalde arbitrair de eerste dag van arbeidsongeschiktheid op 1 januari 1994, en de arbeidsdeskundige stelde vast dat zij 80-100% arbeidsongeschikt was per einde wachttijd. Gedaagde kende een uitkering toe vanaf 23 juni 1996, een jaar voor de aanvraagdatum.
Appellante stelde dat de beslistermijn voor bezwaar al was verstreken en dat zij door ziekte niet eerder kon aanvragen. De rechtbank verklaarde het beroep prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beslistermijn inderdaad nog liep en dat het beroep dus niet-ontvankelijk was. Tevens was geen sprake van een bijzonder geval om een eerdere ingangsdatum toe te kennen.
De Raad verwierp ook de stelling dat de Sociale Dienst onjuiste informatie had verstrekt over de mogelijkheid tot het aanvragen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat het prematuur is en de beslistermijn nog niet was verstreken.