ECLI:NL:CRVB:2002:AD9464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring voor niet betalen AOW-premies over meerdere jaren
Appellant werd door de Sociale Verzekeringsbank schuldig nalatig verklaard wegens het niet betalen van de verschuldigde premies voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) over de jaren 1992, 1993 en 1995. De aanslagen waren gebaseerd op door de belastingdienst vastgestelde inkomsten, die appellant niet daadwerkelijk had ontvangen. Hij voerde aan dat hij te goeder trouw was en door onervarenheid fouten had gemaakt, en dat hij de aanslagen betwistte.
De Rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat het verweer dat de aanslagen ten onrechte of te hoog zijn vastgesteld niet kan worden gehonoreerd op grond van artikel 18a van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv). Verder stelde de Raad vast dat appellant nalatig is geweest in het betalen van de premies en dat dit gevolg geheel voor zijn risico komt.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter H. van Leeuwen en leden T.L. de Vries en C.W.J. Schoor op 16 januari 2002.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant schuldig nalatig is in het niet betalen van de AOW-premies over 1992, 1993 en 1995.