ECLI:NL:CRVB:2002:AD9405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit uitkering arbeidsongeschiktheid ondanks detentie en loonvordering
Appellant, werkzaam als opperman/vloerenlegger, meldde zich ziek na een auto-ongeval en kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend met een ingangsdatum later dan de wettelijke wachttijd vanwege een te late aangifte door zijn werkgever. De werkgever had de ziekmelding pas na bijna elf maanden gemeld, waardoor de loondoorbetalingsperiode werd verlengd.
Appellant voerde aan dat hij tijdens een deel van deze periode gedetineerd was en daarom geen loon kon vorderen, mede omdat zijn werkgever insolvent was. Hij stelde dat de uitkering daarom eerder had moeten ingaan. De Raad oordeelde echter dat het recht op loon op grond van de wet bestaat ongeacht de feitelijke inning en dat detentie de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen niet uitsluit.
De Raad concludeerde dat de artikelen 32b AAW en 43b WAO correct zijn toegepast en dat het bestreden besluit in stand blijft. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd en de uitkering arbeidsongeschiktheid gaat in na de verlengde loondoorbetalingsperiode.