ECLI:NL:CRVB:2002:2
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot terugvordering wachtgeld berust bij Minister van Binnenlandse Zaken
Appellant was in vaste dienst bij het Academisch Ziekenhuis Groningen en ontving na ontslag een wachtgelduitkering op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, toegekend door de Minister van Binnenlandse Zaken.
In 1995 startte een onderzoek naar neveninkomsten naast de wachtgelduitkering. De toenmalige Stichting Uszo, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW), vorderde in 1996 terugbetaling van teveel ontvangen wachtgeld over de jaren 1991-1993. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat deels werd toegewezen door de Stichting Uszo namens het Academisch Ziekenhuis Groningen.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot terugvordering was overgegaan op het Academisch Ziekenhuis Groningen, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt dat de bevoegdheid tot terugvordering nooit is overgegaan van de Minister van Binnenlandse Zaken naar de Minister van OCenW of het Academisch Ziekenhuis, omdat de uitkering was beëindigd vóór het BWOO in werking trad.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit van 3 september 1996 en veroordeelt het Academisch Ziekenhuis Groningen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het terugvorderingsbesluit en oordeelt dat de bevoegdheid tot terugvordering bij de Minister van Binnenlandse Zaken blijft.