ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bonusuitkeringen als loon in de zin van de Ziekenfondswet
Het geschil betreft de vraag of bonusuitkeringen aan werknemers van gedaagde als loon moeten worden beschouwd voor de toepassing van de loongrensbepaling in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, van de Ziekenfondswet (ZFW). Appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), handhaafde correctienota's waarin werd gesteld dat gedaagde ten onrechte werknemers als niet verzekerd had aangemerkt wegens overschrijding van de loongrens.
De rechtbank vernietigde het besluit van appellant omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de feitelijke uitbetaling van de bonussen. In hoger beroep stelt appellant dat de bewijslast bij gedaagde ligt om de feitelijke betalingen aan te tonen, aangezien deze gegevens uit de loonadministratie van gedaagde moeten komen. De Raad volgt dit standpunt en oordeelt dat appellant zich op de beschikbare gegevens mocht baseren.
De Raad stelt vast dat de bonusregeling geen vaste, overeengekomen en naar tijdsruimte vastgestelde beloning vormt zoals vereist voor de loongrensbepaling. De regeling bevat bepalingen die herziening of intrekking mogelijk maken en biedt geen garantie op de bonusuitkering. De stelling van gedaagde over jaarlijkse brieven aan werknemers over de bonus is te laat ingebracht en wordt niet meegewogen.
Gelet op deze overwegingen vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van gedaagde ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.