ECLI:NL:CRVB:2001:BJ6189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim en belangenverstrengeling
Appellant, een politieambtenaar werkzaam sinds 1963, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim na een onderzoek naar zijn gedragingen in november 1996. Hij had tijdens diensttijd werkzaamheden verricht voor het bedrijf van zijn vriendin, met wie hij een buitenechtelijke relatie had, en had de vreemdelingenpolitie onjuist geïnformeerd over de verblijfssituatie van een buitenlander die bij zijn vriendin woonde.
Het onderzoek, bestaande uit verhoren en telefoontaps, wees uit dat appellant essentiële informatie had achtergehouden, onder meer over zijn relatie en de inschrijving van een persoon op het adres van zijn vriendin met het oog op een verblijfsvergunning. Ondanks zijn betoog dat het onderzoek onzorgvuldig was en hij onder druk was gezet, oordeelde de Raad dat het onderzoek zorgvuldig was verlopen en dat appellant vrijwillig had meegewerkt.
De Raad vond dat het plichtsverzuim van appellant ernstig was en dat zijn integriteit en die van het korps ernstig waren geschaad. Ook het langdurige en niet incidentele karakter van zijn gedragingen en het ontbreken van verzachtende omstandigheden maakten het ontslag proportioneel. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ontslag van de politieambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.