ECLI:NL:CRVB:2001:AI5669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en wettelijke rente bij onjuiste vaststelling
Betrokkene, een zelfstandig aannemer, was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een uitkering op grond van de AAW. Het Lisv herzag deze uitkering meerdere malen, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd aangepast. Betrokkene voerde aan dat de berekening van het aantal gewerkte uren onjuist was, wat leidde tot een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit en wees het beroep tegen het tweede besluit af. Het Lisv stelde dat wettelijke rente pas na aanmaning verschuldigd was, waarbij een redelijke termijn van veertien dagen geldt. De Raad oordeelde dat het oude recht van toepassing is omdat het onrechtmatige besluit dateert van vóór 1992, en dat wettelijke rente verschuldigd is vanaf veertien dagen na de aanmaning.
De Raad stelde vast dat, rekening houdend met correcties in de berekening van de arbeidsongeschiktheid, betrokkene recht heeft op een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Het beroep van betrokkene werd gegrond verklaard, het tweede besluit vernietigd en het Lisv veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Betrokkene wordt ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% en het Lisv wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.