ECLI:NL:CRVB:2001:AF3888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A. Beuker-Tilstra
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking functietoewijzing wegens rangsverhoging bij Defensie
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht, kreeg bij besluit van 13 juni 1995 een functie toegewezen met een bepaald rangsniveau. Na een herwaardering werd de functie per 1 juli 1996 op een hoger rangsniveau geplaatst, waarna de functie vacant werd gesteld voor een andere functie. Appellant solliciteerde, werd geschikt bevonden, maar kreeg de functie niet toegewezen omdat een meer geschikte kandidaat werd gekozen.
Naar aanleiding van de rangsverhoging trok de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten het eerdere functietoewijzingsbesluit van 13 juni 1995 in. Dit besluit werd door appellant aangevochten, maar zowel het bestuursorgaan als de rechtbank verklaarden het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beleid om vanwege een rangsverhoging een functietoewijzing in te trekken niet zonder meer acceptabel is. De inhoud van de functie was niet gewijzigd en appellant was geschikt bevonden voor de functie. De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de functietoewijzing wordt vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.