ECLI:NL:CRVB:2001:AE8667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering na drie jaar toepassing anticumulatie
Appellant, een zelfstandig brood- en banketbakker, ontving sinds 1993 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW. Over 1994 en 1995 was zijn inkomen zo hoog dat de uitkering niet werd uitbetaald, terwijl over 1996 een gedeeltelijke uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%.
Gedaagde trok de uitkering met ingang van 1 januari 1997 in, omdat de anticumulatiebepaling in artikel 33, tweede lid, AAW na drie jaar toepassing leidde tot een herbeoordeling op basis van een reële inkomensschatting. Appellant voerde aan dat deze herbeoordeling onrechtmatig was en dat het Besluit beëindiging anticumulatie niet van toepassing was, mede omdat het arbeidsongeschiktheidscriterium van vóór 1993 zou moeten gelden.
De Raad oordeelde dat de herbeoordeling terecht was en dat de toepassing van artikel 33, tweede lid, AAW niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De taken/urenanalyse blijft een hulpmiddel, maar de inkomensschatting is leidend na drie jaar. Het verzoek om schadevergoeding en de stelling dat het Besluit niet van toepassing was, werden afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 januari 1997 wordt bevestigd.