ECLI:NL:CRVB:2001:AD8676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 48 IWS
Appellante, die zowel een uitkering krachtens de WAO als de AAW ontvangt, werd door het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) geweigerd een verhoging van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen op grond van artikel 48 van Pro de Invoeringswet Stelselherziening sociale zekerheid (IWS). Het bezwaar en het daarop volgende beroep van appellante werden ongegrond verklaard door het LISV en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de tekst van artikel 48 IWS Pro niet dwingt tot de conclusie dat beide uitkeringen een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% moeten hebben om voor een verhoging in aanmerking te komen. De Raad stelt dat een redelijke uitleg van het artikel ook toelaat dat een verhoging kan worden toegekend indien slechts één van de uitkeringen aan deze eis voldoet.
Hierdoor wordt het besluit van het LISV vernietigd en wordt het beroep van appellante gegrond verklaard. Het LISV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het LISV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het LISV wordt vernietigd en appellante krijgt alsnog recht op verhoging van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering.