ECLI:NL:CRVB:2001:AD8154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens niet tijdig melden wijziging kinderbijslaginkomen
De Sociale Verzekeringsbank legde aan gedaagde een boete van 300 gulden op omdat zij een wijziging in het inkomen van haar dochter niet tijdig had gemeld. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en mat de boete aan. De Sociale Verzekeringsbank stelde vervolgens een lagere boete van 100 gulden vast. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat het belang verviel en oordeelde dat het tweede besluit rechtmatig was.
De Raad stelde vast dat de dochter naast haar werk bij de [X.] ook als oproepkracht ging werken, wat een relevante wijziging was die onverwijld gemeld had moeten worden. De boete van 100 gulden werd passend geacht gezien het benadelingsbedrag van 995 gulden en de omstandigheden. Er was geen sprake van verminderde verwijtbaarheid of onevenredige bezwarendheid voor gedaagde.
De Raad wees erop dat het Boetebesluit socialezekerheidswetten een aanvaardbare systematiek hanteert waarbij de boete wordt vastgesteld op 10% van het benadelingsbedrag met een minimum van 100 gulden. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige melding van wijzigingen voor de kinderbijslag en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij boetebepaling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste boetebesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede boetebesluit wordt ongegrond verklaard waarbij een boete van 100 gulden wordt bevestigd.