ECLI:NL:CRVB:2001:AD8151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing kinderbijslag wegens twijfel gezinssamenstelling en onderhoudsplicht
Appellant ontving kinderbijslag voor zes kinderen tot en met het derde kwartaal van 1997. De Sociale Verzekeringsbank schortte de betaling per het vierde kwartaal 1997 op vanwege twijfel over de gezinssamenstelling en het onderhoud van de kinderen. Dit volgde op rapporten van de Nederlandse ambassade in Ankara die het bestaan van drie kinderen niet konden bevestigen en de vaststelling dat appellant duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote in Turkije sinds 1997.
Appellant voerde aan dat hij zijn kinderen wel onderhoudt en overhandigde stortingsbewijzen. De rechtbank stelde echter vast dat appellant niet voldeed aan de onderhoudseis van f 4.512 per kwartaal en dat de kinderen niet langer tot zijn huishouden behoren. De Raad oordeelde dat de rapporten en omstandigheden een gegrond vermoeden vormen voor schorsing van de kinderbijslag.
De Raad verwierp het bezwaar tegen de terugwerkende kracht van de schorsing en bevestigde dat het bezwaar niet aan de handhaving van het besluit op andere gronden in de weg staat. De Raad bepaalde tevens dat de Sociale Verzekeringsbank het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt vanwege late inzending van stukken.
Uitkomst: De schorsing van de kinderbijslag wordt bevestigd wegens twijfel over de gezinssamenstelling en het niet voldoen aan de onderhoudsplicht.