ECLI:NL:CRVB:2001:AD7081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake AWW-pensioen en hardheidsclausule
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende aan gedaagde met ingang van 1 mei 1997 een pensioen toe op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Gedaagde stelde dat hij in 1994 foutief was geïnformeerd over zijn recht op AWW-pensioen en dat bij de aanvraag van een wezenpensioen voor zijn zoon niet was gewezen op zijn mogelijke aanspraak. De rechtbank Middelburg oordeelde dat de SVB had moeten wijzen op het recht van gedaagde en vernietigde het besluit van 1 maart 1999.
De SVB ging in hoger beroep en voerde aan dat zij niet verplicht is om uit eigen beweging aanvragen te bevorderen of informatie te verstrekken aan personen van wie zij toevallig de personalia kent. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen bewijs is geleverd van verkeerde informatie in 1994 en dat er geen verplichting bestaat om zelfstandig informatie te verstrekken over mogelijke aanspraken. Ook werd bevestigd dat de aanvraag om wezenpensioen door een derde, de voogdes, was gedaan.
Verder werd het financiële hardheidsbeleid van de SVB, waarbij geen langere terugwerkende kracht wordt gegeven bij hoge inkomens, bevestigd zoals eerder door de Raad is aanvaard. De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de SVB alsnog ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de Sociale Verzekeringsbank ongegrond.