ECLI:NL:CRVB:2001:AD5998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking bij fruitteeltbedrijf
Appellante exploiteerde een fruitteelt- en akkerbouwbedrijf en maakte in oktober 1991 en 1992 gebruik van de diensten van [X.] en zijn ploeg arbeiders voor het plukken van fruit. Gedaagde stelde dat tussen appellante en [X.] een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, wat premieplicht voor sociale verzekeringen tot gevolg had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat sprake was van werkgeversgezag ondanks wisselende samenstelling van de ploeg.
In hoger beroep voerde appellante aan dat geen dienstbetrekking bestond, omdat [X.] verantwoordelijk was voor de ploeg en de betaling aan arbeiders, en appellante geen instructies gaf. Ook stelde appellante dat zij niet gehoord was tijdens de bezwaarschriftprocedure. De Raad oordeelde dat appellante conform artikel 18a CSV niet gehoord hoefde te worden zonder verzoek hiertoe en dat gedaagde de procedure correct had gevolgd.
De Raad bevestigde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarbij het werk van de ploeg een vast en wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormde. De mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen was aanwezig, ook al werden deze via [X.] gegeven. De samenstelling van de ploeg was niet doorslaggevend. De brutering met het anoniementarief was eveneens terecht vanwege het ontbreken van gegevens over de arbeiders. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat appellante premies verschuldigd is.