ECLI:NL:CRVB:2001:AD5995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering en proceskostenveroordeling
Gedaagde ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO wegens arbeidsongeschiktheid, laatstelijk vastgesteld op 80-100%. Appellant trok deze uitkeringen per 24 september 1997 in omdat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde de intrekking per 25 september 1997, waarbij tevens proceskosten werden toegewezen aan gedaagde.
Appellant ging in hoger beroep tegen de proceskostenveroordeling en de vaststelling van de uitlooptermijn. De Raad oordeelde dat de uitlooptermijn van twee maanden begint op de dag waarop gedaagde schriftelijk werd geïnformeerd over de aanstaande intrekking, namelijk 25 juli 1997, en niet op de datum van mondelinge informatie. Hierdoor is de intrekking per 24 september 1997 te vroeg en dient deze te worden vastgesteld op 25 september 1997.
Verder vond de Raad de proceskostenveroordeling van de rechtbank te hoog en matigde deze tot de helft van het oorspronkelijke bedrag, omdat slechts twee proceshandelingen in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad bevestigde de intrekking van de uitkering per 25 september 1997 en veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde tot een bedrag van f 710,-.
Uitkomst: Intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd per 25 september 1997 en proceskostenvergoeding aan gedaagde wordt gematigd tot f 710,-.