ECLI:NL:CRVB:2001:AD5261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H. Bolt
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit betaalbaarstelling AOW-pensioen met toepassing vervaltermijn
In deze zaak staat de vraag centraal of het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om de betaalbaarstelling van het AOW-pensioen met ingang van oktober 1994 te laten plaatsvinden, rechtmatig is. De verzekerde had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. De erven van de verzekerde gingen in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 23 van Pro de Algemene Ouderdomswet (AOW), dat een vervaltermijn van twee jaar voorschrijft voor het invorderen van pensioentermijnen. De verzekerde stelde dat zij pas medio 1997 op de hoogte was van de toekenning van het pensioen vanaf maart 1989, waardoor de vervaltermijn pas toen zou zijn ingegaan.
De Raad overweegt echter dat het voor rekening en risico van de verzekerde komt dat zij het besluit tot toekenning niet eerder heeft ontvangen en dat de vervaltermijn derhalve terecht vanaf het moment van het ontstaan van de aanspraak is gaan lopen. De aanvraag van 27 september 1996 wordt gezien als een verzoek tot betaalbaarstelling van het reeds toegekende pensioen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot betaalbaarstelling van het AOW-pensioen met ingang van oktober 1994 wordt bevestigd.