ECLI:NL:CRVB:2001:AD5256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder tijdige kennisgeving in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Gedaagde ontving sinds mei 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW en WAO, berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 1994 en 1995 werd zij medisch en arbeidsdeskundig onderzocht, waarna haar uitkering per 3 april 1995 werd ingetrokken omdat zij toen als arbeidsgeschikt werd beschouwd. Na een deskundigenrapport van juli 1996 werd vastgesteld dat zij tot 1 november 1995 arbeidsongeschikt bleef, waarna de eerdere intrekking werd herroepen.
Appellant trok vervolgens per 1 november 1995 opnieuw de uitkering in, omdat gedaagde toen minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat gedaagde niet tijdig was geïnformeerd over de nieuwe medische beperkingen en arbeidsmogelijkheden, wat in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en benadrukte dat betrokkene voorafgaand aan intrekking van een arbeidsongeschiktheidsuitkering geïnformeerd moet worden over de medische beperkingen en passende arbeidsmogelijkheden. Omdat gedaagde pas na het deskundigenrapport van juli 1996 hiervan op de hoogte kon zijn, was de intrekking per 1 november 1995 onzorgvuldig. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 november 1995 is onzorgvuldig en wordt vernietigd.