ECLI:NL:CRVB:2001:AD5023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van lijfrente-uitkeringen als inkomsten uit hoofde van dienstbetrekking voor Ziekenfondswet
De zaak betreft beroepen van meerdere gedaagden tegen besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (appellant) waarin zij niet als verplicht verzekerd onder de Ziekenfondswet (ZFW) werden aangemerkt. Gedaagden ontvingen een WW-uitkering en daarnaast lijfrente-uitkeringen uit stamrechten die waren gefinancierd met schadevergoedingen bij het beëindigen van hun dienstverband.
De rechtbanken hadden de beroepen gegrond verklaard, stellende dat de lijfrente-uitkeringen niet als inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking konden worden beschouwd, mede vanwege de vrije bestedingskeuze van de werknemer en fiscale motieven achter de constructie. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat deze uitkeringen wel degelijk vaste overeengekomen inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking zijn.
De Raad beantwoordde de kernvraag bevestigend: er bestaat een causale relatie tussen de lijfrente-uitkeringen en de dienstbetrekking. Zonder de dienstbetrekking was geen recht op schadevergoeding ontstaan en de werkgever heeft medewerking verleend aan het vestigen van het stamrecht door directe storting aan de verzekeringsmaatschappij. Ook fiscale wetgeving kwalificeert deze uitkeringen als loon uit vroegere dienstbetrekking.
De Raad verwierp het verweer dat het Besluit strijdig zou zijn met artikel 1 van Pro de Grondwet en vernietigde de eerdere uitspraken van de rechtbanken. De beroepen werden alsnog ongegrond verklaard, waarmee de uitsluiting van verzekering onder de ZFW stand houdt.
De uitspraak bevestigt de interpretatie van artikel 2 van Pro het Besluit beperking kring verzekerden ZFW en verduidelijkt de reikwijdte van het begrip inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking in relatie tot stamrechten en lijfrente-uitkeringen.
Uitkomst: De beroepen van gedaagden worden ongegrond verklaard; lijfrente-uitkeringen gelden als inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking waardoor zij niet verplicht verzekerd zijn ingevolge de ZFW.