ECLI:NL:CRVB:2001:AD3984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks somatoforme stoornis
Appellante, werkzaam als financieel administratief medewerkster, viel in 1991 definitief uit wegens psychische klachten en ontving sindsdien arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Na een medische herbeoordeling in 1995 concludeerden verzekeringsarts en deskundigen dat zij geschikt was voor lichte arbeid, waarna haar uitkering in 1995 werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde dit besluit aanvankelijk ongegrond vanwege onvoldoende motivering en liet nader psychiatrisch onderzoek uitvoeren.
De psychiater concludeerde dat appellante geen ernstige invaliderende psychopathologie had en lichte arbeid kon verrichten. Een door de rechtbank geraadpleegde deskundige stelde een somatoforme stoornis vast, maar deze diagnose werd door de Raad niet als voldoende geobjectiveerde maatstaf voor arbeidsongeschiktheid beschouwd. De Raad oordeelde dat appellante, ondanks haar psychische en lichamelijke klachten, in staat was haar eigen werk te verrichten.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering. De medische rapporten, waaronder die van verschillende psychiaters en neurologen, werden uitgebreid gewogen, waarbij de Raad het oordeel van de verzekeringsarts en de eerdere deskundigen onderschreef. De Raad achtte de somatoforme stoornis onvoldoende reden om volledige arbeidsongeschiktheid aan te nemen volgens de geldende jurisprudentie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellante.