ECLI:NL:CRVB:2001:AB3256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag AOW bij vut-uitkering echtgenote
Appellant ontvangt een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn echtgenote nog geen 65 jaar is. Na melding van een vut-uitkering van zijn echtgenote heeft de Sociale Verzekeringsbank de toeslag herzien en verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep wordt dit besluit bevestigd.
Appellant stelde dat de korting op de toeslag in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en diverse internationale verdragen, waaronder het EVRM en het IVBPR, omdat de vut-uitkering anders wordt behandeld dan een WW-uitkering of lijfrente. De Raad oordeelt dat de verschillende uitkeringen een verschillend karakter hebben en dat de toeslagregeling daarmee verenigbaar is.
Verder is geen sprake van inbreuk op eigendomsrecht omdat het recht op toeslag geen ongeclausuleerd eigendomsrecht is. Ook de aangevoerde EG-richtlijnen en aanbevelingen bieden geen grond voor vernietiging. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het bestreden besluit zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-toeslag en wijst het hoger beroep af.