ECLI:NL:CRVB:2001:AB2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Terugvordering AAW-uitkering wegens niet-naleving informatieplicht zelfstandige veehouder
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen vorderde terugbetaling van een AAW-uitkering over de periode 1 mei 1994 tot 30 april 1995 van een zelfstandige veehouder wegens het niet tijdig verstrekken van jaarcijfers. De rechtbank verklaarde het beroep van de gedaagde gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, omdat zij oordeelde dat de eerste terugvorderingshandeling pas op 17 maart 1997 ondubbelzinnig was medegedeeld.
In hoger beroep stelde het Landelijk instituut dat de brief van 26 april 1996 als eerste terugvorderingshandeling moest worden beschouwd, omdat daarin ondubbelzinnig werd meegedeeld dat de uitkering over de genoemde periode werd teruggevorderd. De Raad oordeelde dat deze brief inderdaad als eerste terugvorderingshandeling geldt en dat de terugvordering gegrond is, ook al was de grondslag van de terugvordering gewijzigd van artikel 16 naar Pro artikel 33 van Pro de AAW.
De Raad vernietigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 13 juni 2001 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit blijft in stand.