ECLI:NL:CRVB:2001:AB2258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- K. Zeilemaker
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit forensenvergoeding wegens onvoldoende motivering gebruikelijke reisroute
Eiser, woonachtig in X, kreeg ingaande 1 januari 1999 geen forensenvergoeding meer omdat het bedrag lager was dan het minimumbedrag van ƒ 5,-. Verweerder stelde dat eiser gebruik kon maken van een goedkopere busverbinding in plaats van de door eiser als gebruikelijke reisroute opgegeven trein en metro.
De Raad onderzocht de betekenis van het begrip "kosten van het openbaar vervoer naar de laagste klasse" uit artikel 11.1 van de Verplaatsingskostenregeling 1989. De rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat dit begrip moet worden uitgelegd als de kosten volgens de gebruikelijke reisroute, niet de goedkoopste route.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat het niet aannemelijk maakte dat de bus- en metroroute de gebruikelijke reisroute was en dat de feitelijke wijze van reizen buiten beschouwing moet blijven. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit om geen forensenvergoeding toe te kennen is vernietigd wegens onvoldoende motivering over de gebruikelijke reisroute.