ECLI:NL:CRVB:2001:AB2195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering op grond van Algemene nabestaandenwet wegens ontbreken onderhoudsverplichting
Appellante was tot 1992 gehuwd met haar echtgenoot die in 1997 is overleden. Na diens overlijden vroeg zij een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De Sociale Verzekeringsbank weigerde deze uitkering omdat de echtgenoot onmiddellijk voorafgaand aan zijn overlijden niet verplicht was levensonderhoud te verschaffen aan appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Appellante stelde dat haar ex-echtgenoot op grond van het echtscheidingsconvenant verplicht was alimentatie te betalen, maar de Raad oordeelde dat de overeengekomen betalingen een vergoeding voor overbedeling waren en niet als alimentatie konden worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat het echtscheidingsconvenant uit 1992 duidelijk bepaalde dat partijen elkaar geen onderhoudsverplichtingen meer toekenden en dat de betalingen niet wijzigbaar waren. Hierdoor was er geen wettelijke onderhoudsverplichting op grond van Boek 1 BW aanwezig ten tijde van het overlijden, zodat appellante geen recht had op een nabestaandenuitkering volgens artikel 4 van Pro de Anw.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens ontbreken van een onderhoudsverplichting.