ECLI:NL:CRVB:2001:AB2191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Th. Wolleswinkel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens bestaande arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellante, geboren in 1978 en sinds haar geboorte geestelijk en lichamelijk gehandicapt, vroeg begin 1996 een AAW-uitkering aan. Gedaagde weigerde deze uitkering omdat appellante bij aanvang van haar verzekering in 1989 reeds volledig arbeidsongeschikt was en niet voldeed aan de beleidsmatige kostwinnerseis, die vereist dat de kostwinner van het gezin minstens drie jaar in Nederland heeft gewerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Raad overwoog dat appellante niet aan de zesjarige woonduur voorafgaand aan haar 17e verjaardag in Nederland voldeed, waardoor de weigeringsbevoegdheid van gedaagde terecht werd toegepast. Het argument dat de moeder van appellante vanwege verzorgingstaken niet kon werken, werd verworpen omdat dit betrekking had op de periode ná de vestiging in Nederland en geen directe relatie had met de handicap van appellante.
Ook de recente beleidsregels omtrent gezinshereniging in combinatie met nieuwe gezinsvorming boden geen grond om van het beleid af te wijken, aangezien de kostwinnerseis niet was vervuld. De Raad achtte het beleid en de toepassing daarvan niet onredelijk en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de weigering van de AAW-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering aan appellante.