ECLI:NL:CRVB:2001:AB1313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat gedifferentieerde WAO-premie terecht is vastgesteld ondanks betwisting dienstbetrekking
Appellante, een B.V., betwistte dat er een dienstbetrekking bestond met [A], aan wie een WAO-uitkering was toegekend. Zij stelde dat [A] geen arbeid had verricht en dat het salaris een goodwillbetaling was in het kader van een overname. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, maar beriep zich op andere gronden. De Raad stelde dat op grond van artikel 87e van de WAO niet onderzocht hoeft te worden of de uitkering ten onrechte is toegekend. Appellante had de arbeidsovereenkomst zelf gesloten en premies afgedragen, waardoor het bestaan van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding als uitgangspunt geldt.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens oordeelde de Raad dat geen toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aan de orde was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gedifferentieerde WAO-premie terecht is vastgesteld ondanks het betwisten van de dienstbetrekking.