ECLI:NL:CRVB:2001:AB1086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens schending mededelingsverplichting sociale verzekeringen
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) legde aan gedaagde een boete van 300 gulden op wegens het niet onverwijld melden van een met terugwerkende kracht toegekende loonsverhoging, in strijd met de mededelingsverplichting uit de AAW, WAO en Toeslagenwet. De rechtbank Dordrecht vernietigde dit besluit en stelde de boete vast op 50 gulden, gelet op het benadelingsbedrag van 142,45 gulden en de evenredigheid.
In hoger beroep betwistte Lisv deze boetebepaling en stelde dat, gelet op een nieuw vastgesteld benadelingsbedrag van circa 28,50 gulden, een boete van 300 gulden passend bleef volgens het Boetebesluit. Echter, vanwege een tijdelijke beleidswijziging werd een boete van 100 gulden passend geacht, tenzij sprake was van verminderde verwijtbaarheid, wat niet werd aangenomen.
De Raad oordeelde dat gedaagde inderdaad zijn mededelingsverplichting heeft geschonden en dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. Gezien het belang van de mededelingsplicht en het punitieve karakter van de boete, achtte de Raad een boete van 100 gulden passend en vernietigde het eerdere vonnis voor zover de boete op 50 gulden was vastgesteld. De rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep legt een boete van 100 gulden op wegens schending van de mededelingsverplichting.