ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gelijkstelling detentieweken met gewerkte weken voor WW-uitkering
Appellant is op 15 juli 1995 werkloos geworden na ontbinding van zijn dienstbetrekking wegens gewichtige redenen. Hij verzocht om een WW-uitkering, maar gedaagde wees dit af omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis: in de 39 weken voorafgaand aan werkloosheid waren minder dan 26 weken als gewerkte of gelijkgestelde weken aanwezig.
Appellant had gedurende zijn detentie van 8 juli 1994 tot 23 januari 1995 geen loon ontvangen, maar stelde dat enkele doorbetalingen zoals vakbondcontributie, een vervoerskaart en een deels gefinancierde kinderopvangplaats als loon moesten worden beschouwd. De rechtbank verwierp dit en ook de Raad oordeelde dat deze elementen van ondergeschikte betekenis zijn en niet leiden tot gelijkstelling van detentieweken met gewerkte weken.
De Raad benadrukte dat de WW en het Besluit gelijkstelling een limitatieve opsomming geven van gelijkgestelde weken en dat een ruime interpretatie niet passend is. De doorbetaling van kleine loonelementen tijdens detentie is onvoldoende om de referte-eis te laten vervallen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WW-uitkering bevestigd.